Het gewonnen WK wielrennen 2023 door Mathieu van der Poel is een van de mooiste staaltjes fietsen ooit vertoond. Eigenlijk heb ik er nog steeds geen woorden voor en sta ik na twee dagen nog steeds met een mond vol tanden. Toch ga ik proberen de zegetocht van Van der Poel te beschrijven in een paar woorden. Acht, om precies te zijn: focus, poepstop, explosiviteit, prachtkoers, bikkels, opperbikkel, valpartij, regenboog.


Foto: Marc/Sum_of_Marc/Flickr


Focus

Kleine kinderen worden groot, net als Mathieu van der Poel. De Nederlander hanteerde dit jaar een andere aanpak in zijn voorbereidingen. Geen onbevangenheid en even geen speels karakter, maar de volledige focus op zijn grote doelen. Zo gebruikte hij de koersen in aanloop naar zijn hoofddoelen niet als speeltuin, maar als voorbereiding. Het was daarom dat Van der Poel – met het WK in het achterhoofd – amper voor eigen kans reed in de Tour. Het bleek zowel in het voorjaar als nu op het WK de sleutel tot succes; Van der Poel was fris en verkeerde in absolute topvorm.

Poepstop

Wanneer je als Nederlander een legendarische prestatie gaat leveren, moet je eerst even poepen. Het overkwam Tom Dumoulin en nu ook Mathieu van der Poel. Het zal u dan ook vast niet ontgaan zijn… Tijdens de door activisten gedwongen neutralisatie moest Van der Poel poepen. Hij deed het net als enkele ploeggenoten op het toilet van een Schots echtpaar dat langs de route woonde. Achteraf bedankte Van der Poel het echtpaar nog eens, waarna het nieuws ook in Schotland niet onopgemerkt bleef; ‘Thank poo very much’ kopte de Daily Record.

Explosiviteit

Het lokale circuit in Glasgow lag Mathieu van der Poel als geen ander. De Nederlander is al langere tijd de meest explosieve renner van het peloton en kreeg daarom een parcours op maat voorgeschoteld. Links, rechts, omhoog, weer omlaag en opnieuw omhoog. Nauwelijks rust en zo’n beetje na iedere bocht weer aanzetten. Continu positioneren en nergens een steekje laten vallen. Het klinkt als een veldrit en dat was het ook een beetje.

Prachtkoers

Dankzij het mega-explosieve parcours in Glasgow kregen we een briljante koers voorgeschoteld. Iedereen wist dat het een ongelofelijk zware wedstrijd ging worden en daarom wilde iedereen ook zo vroeg mogelijk zo ver mogelijk vooraan zitten. Vanaf dat de renners het lokale parcours opdraaide – en eigenlijk daarvoor al – is de wedstrijd nooit meer stilgevallen. Echte controle was er nooit en al op ruim 100 kilometer van de meet waren de top- en schaduwfavorieten om en om aan het aanvallen.

Bikkels

Door het loodzware parcours en de talloze tempoversnellingen ver voor de finish werd dit een van de zwaarste wereldkampioenschappen ooit. Het werd een WK voor bikkels. Echte bikkels. Een WK voor alleen de allerbesten. Ploegentactieken en de afwezigheid van oortjes speelden dan ook slechts een kleine rol. Op dit WK bleven hoe dan ook de beste renners over. Het was dus ook volkomen logisch dat uiteindelijk de vier topfavorieten met elkaar de finale kleurden en in de achtervolging gingen op de ontsnapte Bettiol. De namen, échte bikkels, spreken voor zich: Tadej Pogacar, Wout Van Aert, Mads Pedersen en dus Mathieu van der Poel.

Opperbikkel

Hoewel er sprake was van vier bikkels, kon er maar één de opperbikkel zijn. En dat was Mathieu van der Poel. Op het moment dat hij samen met de drie anderen Bettiol te pakken had, plaatste hij een verschroeiende versnelling, zoals alleen hij dat kan. Wout Van Aert zat in zijn wiel en kon niet mee, net als Pogacar en Pedersen. Van der Poel bouwde direct een voorsprong op en de verslagenheid sloeg al snel toe bij het achtervolgende trio. Achter deze aanval zat veel. Heel veel. Hij liet zijn de allersterkste van dit WK te zijn. Hij liet zien de opperbikkel tussen de bikkels te zijn.

Valpartij

Direct na zijn beslissende aanval liep Mathieu van der Poel flink uit op zijn achtervolgers. Al snel was duidelijk dat hij zijn voorsprong niet meer uit handen zou geven. Al snel was zeker dat Van der Poel wereldkampioen zou worden. De koers was gelopen. Ja, oké, er hangt altijd nog een ‘er kan nog iets gebeuren’ in de lucht, maar ja, dat gebeurt maar zelden. Nu vast ook ni… oei, valpartij! Nee, toch! Het zal toch niet waar zijn? Nee, hij stapt op. Gaat ‘ie door? Ja, hij gaat door. Hij gaat door! Pfieuw…

Regenboog

Daar rijdt ‘ie dan. Kapotte koersbroek, bebloede knie en een gebroken schoenplaatje. De emotie zichtbaar van top tot teen, evenals op het gezicht uit de auto naast hem. Mathieu van der Poel genoot van de laatste meters in de koers en beleefde daar ongetwijfeld zijn mooiste momenten op een koersfiets ooit. Op naar de finish. Solo. Op naar die ene trui. De allermooiste trui. Op naar de regenboog. Op naar de overwinning. Mathieu van der Poel, wereldkampioen! Proficiat!

Ik volg de wielersport al vanaf eind jaren '90 en sindsdien elk jaar weer een beetje fanatieker. Daarnaast schrijf ik graag en vind ik het leuk om digitaal creatief bezig te zijn. Dit komt samen op Wielervisie, waar ik met passie mijn visie op de wielersport deel.

Leon Janssen, 32 jaar